Houtkachel:

Een verbrandingsapparaat die direct aan de schoorsteen is aangesloten en een ruimte verwarmd door er hout in op te branden.

Stralingswarmte:

Infrarood stralen die worden uitgezonden en zonder hulp van lucht of tocht alle objecten verwarmen in een ruimte. Dit kunnen verblijven, personen en materialen zijn.

Convectiewarmte:

Lucht in de ruimte wordt verwarmd door een verwarmingssysteem en de ruimte ingeblazen richting plafond. Wanneer de warme lucht zakt koelt het af en wordt het opnieuw aangezogen en verwarmd.

Rendement:

Het nuttig vermogen tegenover het verbruikte vermogen van een motor of ander apparaat.

Gietijzer:

Ijzer dat bekomen is door het in hoogovens te gieten en af te laten koelen in mallen. Het is vrij bros maar hard en ruw ijzer.

Plaatstaal:

Vlakke plaat van staal door warmte plat gewalst en in platen gesneden.

Verbrandingsruimte:

Een werkkamer motor waarbij warmte wordt verkregen door een bepaalde brandstof te verwarmen.

Verbrandingsgraad:

De bepaalde temperatuur die nodig is om een product of een brandstof te kunnen verbranden.

HR houtkachel:

Een hoogrenderende houtkachel. Door verbeterde technieken heeft deze een hoog rendement en het het beter voor het milieu. Deze kachel stoot minder schadelijke stoffen uit dan een traditionele houtkachel.

Stookkosten:

De verwarmingskosten van een bepaalde ruimte of een geheel gebouw.

Centrale verwarming kachel:

Een verwarmingssysteem waarbij via een warmte overbrengend medium warm water, lucht of stoom wordt overgebracht via bijvoorbeeld radiatoren en zo een ruimte kan verwarmen.

Convectie luchtstromen:

Lucht die wordt verwarmd warmer dan de omgeving en daarna door de woning wordt geblazen. Vaak gebeurd dit via roosters weggewerkt in de vloeren.